Inleiding
Als onderdeel van het grote project Belvédère wordt de komende jaren onderzocht welke nieuwe functies geschikt zouden zijn voor een duurzame herbestemming van de Kop van Sphinx. In dit verband heeft de gemeente Res nova opdracht gegeven voor een breed cultuurhistorisch onderzoek dat aangeeft met welke waarden men rekening moet houden bij de plannen ten aanzien van het complex en de verdichting van het braakliggende terrein.
Ligging
De Kop van de Sphinx is gelegen in het industriële landschap aan de historische noordwestentree van de stad die voor de sloop van de vestingwerken gemarkeerd werd door de aanwezigheid van de monumentale Boschpoort. Op het moment dat het gebied bouwrijp werd gemaakt, was het begrensd door de stadswal in het noorden, het verbindingskanaal dat de binnenhaven het Bassin dwars door de vesting verbond met de Zuid-Willemsvaart in het oosten, het Bassin in het zuiden en de Boschstraat in het westen. Bij de ontmanteling van de vestingwerken viel alleen de noordelijke begrenzing weg en kon het gebied in die richting worden uitgebreid. De weg ter plaatse van de huidige Fransensingel vormt sinds die tijd de noordelijke begrenzing. Het complex van de Kop van de Sphinx vormt, zeker gelet op het omringende industriële landschap, een hoogwaardig cultuurhistorisch ensemble.
Industriële geschiedenis,...
Maastricht vervult een uitzonderingspositie in de industriële ontwikkeling van Nederland. Een reden voor de late opkomst van de industrie in Nederland kan worden gezocht in de handelarenmentaliteit. Hierbij nam de transito-functie dankzij de grote rivieren en hun achterland een belangrijke plaats in.
Gekoppeld aan de economische politiek van de opeenvolgende regeringen, waarbij naar een zo vrij mogelijke handel werd gestreefd, had de industrie weinig kans van slagen. De vrije handel werd door de leidende kringen telkens weer gezien als van vitaal belang voor de
Nederlandse samenleving.
België kende veel eerder dan Nederland een snelle industrialisatie. Door een doelmatige mechanisatie en schaalvergroting van de nijverheid had de industrie hier al in de Franse tijd (1794-1814) een grote vlucht genomen. Steden in de buurt van Maastricht zoals Luik en Verviers, konden vanwege de aanwezigheid van grondstoffen, voldoende kapitaal en vakkundig personeel deze vroeg-industriële ontwikkelingen dragen.
Door de contacten tussen Maastricht en de nabijgelegen Belgische en Duitse steden kon de industrie zich in deze stad in een voor Nederlandse begrippen vroeg stadium ontwikkelen. Ook andere Limburgse steden wisten vanwege hun gunstige ligging te profiteren van de knowhow van hun ooster- en westerburen. Zo werd de papierfabriek (de latere ECI) in Roermond in 1807 aan de oevers van de Roer opgericht.
...ondernemende geesten...
In Maastricht was Petrus Regout één van de eerste handelaren die het experiment waagde en een bescheiden fabriekje oprichtte. In zijn riante huis aan de Boschstraat richtte hij in 1827 een kleine glas- en kristalslijperij in.
...en de politieke geschiedenis...
Als gevolg van de Belgische Opstand in de periode 1830-1839 raakte Maastricht in een isolement. Inzet van de opstand was een totale afscheiding van beide staatsdelen en het bezit van Limburg. Al in 1831 werd de beslissing genomen dat alleen het westelijke deel van deze provincie Belgisch grondgebied zou worden. Niettemin hielden de Belgen Nederlands Limburg, met uitzondering van Maastricht, tot 1839 bezet. Door de bezetting van Limburg kon Maastricht zeer moeilijk handel drijven met de andere Nederlandse provincies. Daarnaast had België de geïsoleerde stad een aantal nadelige in- en uitvoerbepalingen opgelegd: Maastricht was de dupe geworden van het handelsembargo tussen de oorlogvoerende rijksdelen. Deze situatie zorgde ervoor dat de stad geen afzetmarkt had en geen mogelijkheid zag tot de invoer van goederen.
...brachten Maastricht enkele concurrentievoordelen
Ondanks of misschien dankzij deze op het eerste gezicht uitzichtloze situatie wist de stad door de aanwezigheid van een aantal gunstige factoren uit te groeien tot één van de eerste geïndustrialiseerde steden van Nederland:
- De loonkosten in Maastricht lagen op hetzelfde niveau als in België. In de rest van Nederland lag het loon tot tien keer hoger
- De aanwezigheid van grondstoffen in de directe nabijheid (in Luik en de omringende gebieden)
- De aanwezigheid van een binnenhaven. Dit Bassin werd in de periode 1824-1826 op initiatief van Koning Willem I uitgegraven.
Res novaeHet onderzoek heeft onder meer de volgende zaken aan het licht gebracht:
- door de kaartprojecties is duidelijk geworden op welke wijze de onderliggende structuur van de vestingwerken en de stadsmuur op die plek heeft moeten wijken voor de industriële uitleg
- de architectuur van kantoor en magazijn combineert twee typen in de utiliteitsbouw uit de periode 1890-1910 die gescheiden wel, maar in combinatie met elkaar nauwelijks bekend zijn. De typologie van kantoor, toonzaal én magazijn is in deze combinatie in de vakliteratuur niet terug te vinden en kent in deze regio een antwoord met de inbouw van een toonzaal op de binnenplaats van het complex Cillekens-Dreessens in Roermond in 1917/18
- de architect van kantoor en magazijn blijkt beïnvloed te zijn door de opvattingen van Viollet-le-Duc over de materiaaleigen toepassing van gietijzer in monumentale architectuur, zelfs in die mate dat op een van de tekeningetjes uit de Entretiens vrij gevarieerd is bij het ontwerpen van de Schauseite van het magazijn
- de elektrische centrale is een van de laatste of het enige resterende voorbeeld van een dergelijk gebouw uit de periode 1890-1915. In deze periode werd de typologie voor dergelijke centrales elders in Nederland ontwikkeld door ontwerpers als de Delftse hoogleraar Jakob J. Klinkhamer en (ingenieur) A.L. van Gendt
- ook de architect van machinehal heeft zich — al dan niet direct — laten inspireren door de ideeën van Viollet-le-Duc. Dit vertaalt zich in de wijze waarop stalen balken in gevel zijn verwerkt en decoratief zijn benadrukt
- het magazijn huisvest een uniek voorbeeld van een glaswand (op zich al een 'modern' fenomeen in 1905) met een zeer vroege stalen roedeverbinding. Voor zover bekend is dit het enige resterende voorbeeld in Nederland
- niet alleen is bij de kistenzagerij sprake van een vroeg voorbeeld van een betonconstructie volgens het Hennebique-systeem, tevens zijn hier de grenzen van die constructiemethode opgezocht (zeer ranke kolommen en geen verbredingen waar kolom en balk elkaar ontmoeten, constructie aan gevel).
Het onderzoek werd verricht door drs Don Rackham.
Roland Bruynesteyn