|
Inleiding
Aanleiding tot het onderzoek naar het appartement Geschutswerf 33 te Amsterdam (pakhuis ‘Augustus’), is het voornemen van de eigenaar om de woning te verbinden met het bovenliggende appartement. Ook zal de bestaande verbindingstrap tussen het souterrain en de eerste verdieping worden verplaatst. Omdat het noodzakelijk is om voor deze ingrepen de balklagen op drie plaatsen in te korten, is besloten tot een quick scan om de monumentale waarde van de balklagen te bepalen.
Res novae
De gietijzeren kolommen met korbelen in de Kalenderpanden zijn in de ontwerpfase opgevat als vervanging van de traditionele houten standvinken in dubbele pakhuizen. Tijdens de bouw van de pakhuizen is, waarschijnlijk om metselstenen uit te sparen, besloten om twee van de geprojecteerde vijf tot de kap doorlopende muren te vervangen door gietijzeren kolommen en de overige te verschuiven. Drie naast elkaar gelegen pakhuisvloeren konden op deze wijze worden samengevoegd, waardoor tevens een efficiënter gebruik van de ruimte mogelijk gemaakt werd. Om die reden correspondeert de indeling van de gevels op de twee bovenste bouwlagen niet met de achterliggende plattegronden.
Ligging
Het Entrepotdok ligt in het gebied dat deel uitmaakt van de ‘Vierde Uitleg’, de laatste grote zeventiende eeuwse stadsuitbreiding van Amsterdam, tussen de Oostelijke Eilanden Kattenburg, Wittenburg en Oostenburg en de Plantage. Terwijl het aanzien van de Oostelijke Eilanden al direct na de aanleg gekenmerkt werd door de bedrijvigheid van de Admiraliteit en de VOC, was de Plantage in de achttiende en het grootste deel van de negentiende eeuw een gebied dat ingericht was met particuliere tuinen en uitspanningen.
Typologie
De Kalenderpanden maken deel uit van een aaneengesloten wand van achttiende en vroeg-negentiende eeuwse pakhuizen, uniek in zijn totaliteit. De Kalenderpanden markeren bovendien een zeer zeldzame overgangsvorm tussen de traditionele pakhuistypen, ontwikkeld in de zeventiende en achttiende eeuw. Het meest voorkomend is het enkele smalle pakhuis met tuitgevel, de voorgevel geleed door pakhuisdeuren in de middenas, geflankeerd door kleinere vensters aan weerszijden. Wanneer men meer opslagruimte nodig had bouwde men eenvoudigweg twee of meerdere identieke pakhuizen naast elkaar of bouwde zogenaamde dubbele pakhuizen: pakhuizen met een gemeenschappelijke voorgevel, meestal trapeziumvormig afgesloten. Daarbij werden de scheidingsmuren vaak vervangen door standvinken, houten constructies ter ondersteuning van de balklagen. De constructies van de pakhuizen zijn zeer eenvoudig: zware, dicht opeen geplaatste balklagen zijn direct opgelegd in de bouwmuren.
De gevel van het complex wordt over de volle breedte (circa 75 meter) bekroond door een zware, geprofileerde kroonlijst met daarboven een gemetselde borstwering. De voorgevels van de pakhuizen zijn telkens per twee gekoppeld: ieder afzonderlijk pakhuis is echter herkenbaar aan de pakhuisdeuren in de middenas, nu vervangen door glazen deuren met Franse balkons, geflankeerd door kleine, hooggeplaatste vensters aan weerszijden. Direct achter de voorgevel bevonden zich de trappenhuizen, waarvan de plaats in de gevel nog steeds herkenbaar is aan de deuropening op de begane grond en de ronde vensters met gietijzeren rozettracering op de verdiepingen. Hierdoor lijkt er sprake te zijn van 6 dubbele pakhuizen onder één gemeenschappelijke gevel, een indeling die overigens niet strookte met de achterliggende plattegronden.
Schaalvergroting
Tot in de negentiende eeuw verandert er vrijwel niets aan de constructie van pakhuizen. Bij de Kalenderpanden wordt echter een noviteit geïntroduceerd slanke gietijzeren kolommen en korbelen op de twee bovenste bouwlagen. Deze vervingen de traditionele, zware standvinken en leverden daarmee een belangrijke ruimtebesparing op. De drie onderste bouwlagen vertonen echter nog geheel de traditionele constructiewijze, met zware balklagen die direct in de bouwmuren zijn opgelegd. Bij de pakhuizen en vemen die aan het eind van de negentiende eeuw gebouwd worden, past men daarentegen zware dragende ijzerconstructies toe waarbij alleen de vloeren nog overwegend in hout zijn uitgevoerd.
Kenmerkend voor de pakhuizen uit de late negentiende eeuw is de enorme schaalvergroting. Niet alleen in het exterieur, met gevellengtes van 100 en 200 meter, zoals aan de Zeeburgerkade (pakhuizen Maandag-Zaterdag), ook in het interieur wordt de traditionele indeling losgelaten: de smalle beukmaat van de oude pakhuizen maakt plaats voor enorme, ongedeelde ruimtes. Ook in dit opzicht waren de Kalenderpanden uniek: op de onderste bouwlagen kwam nog de traditionele, smalle beukmaat voor, op de twee bovenste lagen waren de pakhuizen telkens per drie samengevoegd waardoor open ruimten van circa 18 meter breed en 42 meter diep ontstonden. Een voorzichtige schaalsprong!
Conclusies
De Kalenderpanden zijn bijzonder vanwege de vroege constructieve toepassing van een gietijzeren draagconstructie op de bovenste twee bouwlagen, in combinatie met het voorkomen van een typerende dubbele ‘schaligheid’: op de onderste bouwlagen de schaal van de traditionele pakhuizen, gekenmerkt door een smalle beukmaat en een grote diepte, op de bovenste verdiepingen grote open ruimtes door het samenvoegen van telkens drie naast elkaar gelegen pakhuizen.
De balklagen uit 1838-1840 zijn bij de verbouwing van 2000-2003 op alle verdiepingen aangetast. Ruim een derde van de historische balklagen is verwijderd, de resterende balken zijn grondig afgeschuurd waardoor zij nauwelijks van nieuwe balken te onderscheiden zijn.
Bij de verbouwing van 2000-2003 zijn de pakhuizen getransformeerd tot woonhuizen. Het oude pakhuiskarakter is in de interieurs volledig verloren gegaan.
De voorgestelde ingrepen vormen een meerwaarde voor het complex doordat zij het loft-concept van Claus en Kaan architecten zullen versterken.
Het onderzoek werd verricht door drs David Mulder.
Roland Bruynesteyn
|