Aanleiding tot het onderzoek
Saxa loquuntur oftewel ‘De stenen spreken’. Onder deze titel is een onderzoek uitgevoerd dat is gewijd aan de restauratieprojecten die architect Friso Woudstra gedurende zijn carrière heeft uitgevoerd. Allemaal leggen ze getuigenis af, niet alleen van het verleden, maar ook van de manier waarop hij ze hun stem heeft teruggegeven.
Aanleiding voor het onderzoek was de naderende voltooiing van de Wientjesvoort, tot dusver het meest omvangrijke en indrukwekkende restauratieproject dat Friso Woudstra heeft uitgevoerd. In een vervallen en verwaarloosde staat aangekocht in 1999, is het gehele landgoed met opstallen de afgelopen tien jaar gerestaureerd. Een mooi moment om het restauratieoeuvre op de kaart te zetten, niet alleen in overdrachtelijke zin, maar ook letterlijk.
De wens van Woudstra is dat met dit onderzoek niet alleen aandacht wordt gewekt voor het belang van zorgvuldig herstel van het gebouwde erfgoed, maar hij verwacht langs deze weg ook meer – potentiële – vakmensen te interesseren voor deze tak van het bouwbedrijf. De stenen getuigen immers niet alleen van het verleden, maar vormen als gebouw ook een driedimensionaal lesboek, waarin traditie en inspiratie hand in hand gaan. Zelf heeft Woudstra hier in hoge mate van geprofiteerd bij zijn ontwerpen voor nieuwbouw.
Een selectie van dit in het onderzoek vermeldde en omschreven projecten zal bij de feestelijke viering van de voltooiing van de restauratie van landgoed de Wientjesvoort als monografie verschijnen onder de titel Saxa Loquuntur. Bij die gelegenheid zal ook de publicatie 1001 verschijnen, die de schijnwerper richt op het totale oeuvre van Friso Woudstra als architect.
Restauratieprojecten: landhuizen
Het onderzoek is opgedeeld in een drietal categorieën. De landhuizen die Woudstra heeft gerestaureerd, nemen hierbij een belangrijke positie in. Negentiende-eeuwse landhuizen kenmerken zich door hun symmetrische gevelopbouw, overzichtelijke plattegronden, grote raam¬partijen en een bescheiden hoeveelheid aan rijk uitgevoerde detaillering. Het zijn deze karakteristieken die een groot aantal mensen zo aanspreekt. Friso Woudstra streeft bij zijn ‘nieuwe’ landhuizen naar een zo getrouw mogelijke navolging van de basisprincipes van de huizen die als voorbeeld dienen. Om op een verantwoorde wijze nieuwe landhuizen te ontwerpen, is een goed begrip van de historische voorbeelden onontbeerlijk. Hij heeft veel ervaring kunnen opdoen door de restauratie van zowel negentiende-eeuwse landhuizen als stedelijke herenhuizen en singelpanden. Door deze kennis en de beschikking over een aantal goede adviseurs, is Woudstra in staat de keuzes die hij bij zijn eigen creaties maakt, te rechtvaardigen en in een histo¬rische traditie te plaatsen.
Landhuis Wientjesvoort te Vorden.
Na een korte inleiding over de negentiende eeuwse landhuisarchitectuur wordt een aantal projecten uitgebreid omschreven. Hierbij is zowel aandacht besteed aan de historie van het specifieke pand, als aan het restauratieproces en de huidige verschijningsvorm. Met name de historie, ondergang en het herstel van het landhuis Wientjesvoort te Vorden is uitvoerig behandeld. Niet alleen het huis, maar ook de bijgebouwen en het landgoed zijn in de afgelopen jaren grondig en met veel vakmanschap en oog voor detail hersteld.
Restauratieprojecten in de historische binnenstad
Een tweede grote categorie panden betreft huizen en woon-winkelpanden in de binnenstad. Woudstra is zijn carrière begonnen in Zutphen in een periode waarin de historische binnenstad grondig werd gerenoveerd.
Zaadmarkt 78-80 en 82 te Zutphen.
Door de eeuwen heen transformeert de oude stad van een conglomeraat van wonen en werken steeds meer tot een exclusief economisch centrum. De nadruk komt steeds meer te liggen op bedrijvigheid in de vorm van winkels, kantoren en horeca. Deze transformatie heeft grote gevolgen gehad voor het straatbeeld. Het aan¬wezige pandenbestand wordt aangepast, uitgebreid of vervangen. Het historisch gestolde beeld dat in eeuwen tot stand gekomen was, heeft in veel steden moeten wijken voor een visie waarbij geschiedenis als luxe werd beschouwd en de tijd ‘vandaag’ begon. Het gevolg is een architectuur die fundamenteel anders is dan de bouw¬kunst uit de voorgaande eeuwen. Dit uit zich, behalve in het ontstaan van de kolossale ‘dozen’ waarin grotere winkelketens zijn gevestigd, het meest opvallend in de grote diversiteit aan winkelpuien. De meeste etalages blinken niet uit door hun esthetische kwaliteiten, omdat vormgeving niet essentieel wordt geacht voor hun voornaamste functie: het ‘product’ zichtbaar maken en aan de man brengen. Iets van de oude kwaliteit kan men beleven als men zijn blik van de winkels weet af te wenden en naar boven kijkt.
Friso Woudstra heeft het geluk gehad dat hij zijn carrière startte op het moment dat op nationaal niveau een bezinning op deze situatie ontstond. Met name in de aan¬loop naar het monumentenjaar 1975 – Nederland vierde een eeuw monumen¬ten¬zorg – stimuleerde het Rijk dat gemeenten met nog gave en complete ‘stadsbeel¬den’ gingen investeren in behoud in plaats van in vernieuwing. In een aantal gevallen ging dit gepaard met grote reconstructieprojecten, waarbij paradoxaal genoeg veel authentieke gevels verdwenen om ruimte te maken voor een ide¬aalbeeld dat vermoedelijk nooit had bestaan. Met name negentiende-eeuwse façades hebben toen het veld moeten ruimen. De reconstructiewoede leidde eind jaren zeventig de volgende omslag in: niet alleen onder architecten, maar ook binnen de officiële monumentenzorg gingen stemmen op dat het gedaan moet zijn met het herstellen van een gevel of straatwand in historiserende stijl. Niet alleen werd op deze manier de originaliteit van de architect gesmoord, ook was men niet langer in staat een eigentijdse signatuur aan de stad te geven. De een meende die signatuur te vinden in aangepast bouwen, de ander juist in het oproepen van con¬trasten met het verleden.
In dit debat van uitersten heeft Friso Woudstra van meet af aan zijn eigen koers gevolgd. Zonder te betwisten dat architectuur ‘met zijn tijd moet meegaan’, zag Woudstra mogelijkheden om de historische context te respecteren. Dit betekende dat hij bij herstelwerkzaamheden niet het conflict wilde opzoeken met het historische aanzien van het pand en de directe omgeving, maar juist ‘in stijl’ hierop wilde aansluiten. Hierbij had hij ook veel aandacht voor de kwaliteiten van zijn negentiende eeuwse collega’s.
Een tweede probleem waarmee veel gemeenten kampen, is de leegstand van de verdiepingen boven de winkels in het centrum. Met name vanwege de behoefte aan een zo groot mogelijke oppervlakte als toonruimte, is in veel gevallen de recht¬streekse ontsluiting van de bovenverdiepingen vanaf de straat verdwenen. De etages zijn dus niet afzonderlijk bereikbaar en fungeren, als ze al in gebruik zijn, als magazijn voor het bedrijf. De hierdoor ontstane leegstand kan funest zijn voor de instandhouding van een pand, omdat de directe behoefte aan onderhoud ont¬breekt. Bewoning van de bouwlagen boven bedrijven betekent dat de panden worden gerestaureerd en onderhouden. Daarnaast vormt het woonrijp maken van ruimtes boven de winkels een creatieve oplossing om de hedendaagse binnenstad leefbaar te houden.
Ondertussen is dit niet eenvoudig vanwege de eisen van brandveiligheid en het bouwbesluit. Bovendien moet men er rekening mee houden dat een groot aantal panden in de historische centra een monumentale status heeft. Bij de verbouwing zal dus het midden gezocht moeten worden tussen eigentijdse woonvoorwaarden en de specifieke historische kwaliteiten die een pand karakteriseren. Uit het onderzoek komt naar voren dat Friso Woudstra als weinig anderen dit midden weet te treffen. Gedurende zijn carrière heeft hij een groot aantal panden in Zutphen, Arnhem en andere steden succesvol herbestemd. Bij ieder project is dui¬delijk herkenbaar hoe een plan tot stand is gekomen vanuit ofwel de aanwezige historische situatie dan wel vanuit een begrip voor de specifieke kenmerken van gebouwen uit een bepaalde periode. Voordat dit op objectniveau besproken wordt, wordt eerst een korte inleiding gegeven van de stad waar het allemaal begon, Zutphen.
Diverse andere projecten
Naast het grote aantal restauratieprojecten die in bovenstaande groepen zijn onder te brengen, heeft Woudstra ook een aantal karakteristieke panden gerestaureerd waarbij telkens sprake was van specifieke problemen en randvoorwaarden. Dergelijke panden, zoals de voormalige ‘IJzermolen’ te Deventer, het koetshuis van de Wientjesvoort, de voormalige uitspanning ‘De Laatste Stuiver’ te Eefde en het voormalige klooster ‘de Zeven Zusters’ te Beek en Donk, worden uitvoerig besproken, waarbij zowel de historie van het complex als de restauratie en huidige verschijningsvorm aan bod komen.
Maalderijstraat 6 te Deventer: de 'IJzermolen'.
Het onderzoek is uitgevoerd door drs Don Rackham. Het inleidende hoofdstuk is geschreven door dr Bernadette van Hellenberg Hubar.